AD Columns » Boekenbal

Lieve Hugo,

Waarom ben je zo in de aanval de laatste tijd? Ben je ergens gefrustreerd over?

Ik vind het niet erg om aangepakt te worden, maar dat je gaat lopen klagen over een jonge schrijver (net 28) op het Boekenbal vind ik een beetje sneu. Die arme schat had net allemaal slechte recensies te verstouwen gekregen, weet uit verlegenheid niet wat hij moet zeggen en krijgt dan ook nog de rug van Hugo Borst te verwerken. Waarom?

Schrijvers moeten elkaar een beetje helpen. Althans, als je de literatuur een warm hart toedraagt. Als je alleen maar uit bent op eigen succes, dan is het logisch dat je collega’s als concurrenten ziet en krijg je borstgeroffel.

Ik vond het leuk om te zien dat er zoveel jonge auteurs op het Bal waren. Al is natuurlijk lang niet iedereen even getalenteerd en moeten sommigen er nog achter komen dat je met één boek nog geen schrijver bent. Lachwekkend is het om net gedebuteerden als een soort Mulisch te zien rondlopen; donker colbertje, gestreepte broek eronder, neus omhoog en dan natuurlijk met een glas wijn op de juiste trede van de trap gaan zitten. Neerkijkend op de rest van het galavolk. Ik zag ze, Hugo! Gênant!

Nee, jonge schrijvers moeten hun plaats kennen in de literaire hiërarchie, en anders liefdevol gecorrigeerd worden. Ze hoeven nu ook weer niet meteen met de grond gelijk gemaakt te worden.

Ik ken een schrijver –  mijn leeftijd – die nooit meer een letter op papier heeft gezet nadat Max Pam over hem schreef: “Hij moet eerst maar eens behoorlijk spuiten & slikken, mislukken als kunstenaar en talloze meisjes (en jongens) neuken op een afgetrapte zolder voordat hij zich weer met literatuur kan gaan bezighouden.”

Daar ben je dan mooi klaar mee. Zonde, want misschien was dit nu net wél een nieuwe Mulisch. Een schrijverschap in de knop gebroken.

Ik heb zelf één keer een hele slechte recensie gehad en was daar ongeveer tien minuten behoorlijk verdrietig van. Daarna kreeg ik medelijden met de zure recensent. ‘Hij is gewoon te oud voor het boek,’ dacht ik, ‘hij snapt het niet.’ Toen was het ook meteen over.

Jij trekt je kritiek wel altijd erg aan, hè Hugo? Jij flipt dan toch meteen de pan uit?

Lfs, Iris