AD Columns » Hafid Bouazza

Lieve Hugo,

Was je dronken toen je zei dat Ajax landskampioen zou worden? Jij? Ik heb je zelfs nog nooit aangeschoten gezien. Of drink je altijd in je eentje?                                   

Afgelopen zaterdag las ik in de PS van het Parool een schrikbarend interview met schrijver Hafid Bouazza, met als kop ‘Kapotgaan is niet zo erg’. Het ging over zijn drugs- en drankgebruik en hoe hij daar helemaal aan ten onder gaat. Maar, zo vertelde hij: “Het kan me geen reet schelen.”                                               

Eerst voelde ik pure walging. Eind augustus had ik hem nog gezien op de zomerborrel van uitgeverij Prometheus, waar hij er miserabel uitzag. Eng zelfs. Zijn ogen waren gelig en doorlopen. Als hij lachte werden zijn zwarte tanden zichtbaar. Hij bleef maar orakelen tegen mij en de vriend met wie ik in gesprek was. Tijdens de monoloog kwijlde hij een beetje. Ik kon m’n ogen niet van hem afhouden en langzaam werd het mij koud om het hart. Ik dacht aan het boek Momo, dat ik op de Middelbare School had moeten lezen. Aan de meisjes in mijn klas die hem allemaal zo knap hadden gevonden. En aan m’n docente Nederlands, die vol bewondering over deze intelligente schrijver had gesproken.           

In het interview vertelt Bouazza dat hij door bepaalde medicijnen die hem werden voorgeschreven vreselijk dik is geworden. “Je hele hormonale huishouding wordt daardoor in de war geschopt. De bijwerkingen zijn aankomen en tietvorming bij mannen. Ik heb echt tieten gekregen.”                                   

In een flashback zag ik hem weer op die zomerborrel. Het viel me in m’n herinnering pas op. Ik had er in het echt niet naar durven kijken.                        

Moet je voorstellen dat je zijn zoon bent, dacht ik, en dat je vader dan opeens tieten krijgt. De walging veranderde in diep medelijden. Was deze man nog te redden? Kon iemand ingrijpen? Of waren dat naïeve gedachtes?                        

Daarna volgde boosheid. Hoeveel hulpverleners en therapeuten hadden getracht iets te doen?

Opeens viel me een zin in: in de menselijke natuur leeft ook een doodsdrift. En van dat idee werd ik weer rustig. Het was toch ook opzienbarend hoe hij ten onder ging. Als een bewuste keuze.                                                                                    

Ik las het interview nog een keer. Nu met ontzag en respect. Alleen in de verte voelde ik een vaag verdriet over zijn oeuvre, dat waarschijnlijk niet veel meer zal groeien.

Lfs, Iris