Iris Koppe

auteur/journalist/schrijfcoach

iris.koppe@gmail.com
twitter

AD Columns » Homovriend

Lieve Hugo,

Op zich heb ik best een gemengde vriendenkring, met onder ander een Surinamer en een Arubaan. Verder doe ik niet aan leeftijden, dus vind je op mijn feestjes zowel veertigers als mensen van onder de twintig. Ik heb ook een homovriend, die was hier toevallig afgelopen week nog.

Omdat het mooi weer was, konden we in de tuin eten. Maar net toen we alle borden, glazen en het bestek naar buiten hadden verplaatst, begon de homovriend over zijn liefdesleven.

Nu is er natuurlijk niets mis met homo’s in het algemeen, homo’s op een boot of in een Oostblokland. Maar homo’s in een Amsterdams tuintje – met buren aan drie kanten naast en boven je – vind ik lastig. Dat ik misschien gewoon in de jaren vijftig thuis hoor, wist ik al langer dan vandaag. Ik vind het namelijk extreem belangrijk wat de buren van mij vinden en probeer me daarom altijd als een degelijke, hardwerkende burger te gedragen.

De homovriend verhaalde uitgebreid over zijn escapades met Marokkaanse jongens in het Sarphatipark. “Hoe is het eigenlijk op je werk?” probeerde ik. Maar hij weidde al uit over de vijf symbolische rondjes die om het park gereden moeten worden. Na een bepaald gebaar slaat er één fietser een donker, met mos begroeid paadje in, waarna de ander moet volgen.

Boven me hoorde ik hoe de buurman al kuchend zijn krant opvouwde. Luidruchtig werd een stoel verschoven.

,,Maar wat er dan gebeurt!” gierde mijn vriend. ,,Nou, daar snappen jullie hetero’s niks van. En dan is er dus nog geen woord gewisseld, hè?”

Onverstoord schepte ik voor de tweede keer op. ,,Wist je trouwens dat dit biologische chorizo is? En deze kikkererwten zijn zelf geweekt.” Het was mijn laatste poging. Ik had mijn eigen stemvolume al tot Carla Bruni-achtige proporties teruggebracht. Maar dit gefluister leek hem geheel te ontgaan.

,,Nou, en soms ga ik daarna gewoon nog een keer. Weer rondjes om het park fietsen.Totdat je merkt dat er iemand achter je aan rijdt.”

Ik stapelde de borden op. We waren klaar met eten, we konden naar binnen.

,,Fijn dat het zo lekker rustig is,” zei de vriend opeens. “Ik zit ook wel eens in zo’n tuintje waar je de buren letterlijk kunt verstaan. Gelukkig is dat hier niet.”

Lfs, Iris