AD Columns » Zomerstop

Lieve Hugo,

Dit is onze laatste kroniek voor de zomerstop. We schrijven elkaar pas weer in december. Dat is nog ver weg en ik ga je zeker missen. Hopelijk kom je tussendoor een keer koffie bij mij drinken. Zoals je weet laat ik Rotterdammers tegenwoordig gewoon in mijn huis. Oké, ik controleer hun zakken bij binnenkomst even op vuurwerk, maar verder worden ze met open armen ontvangen.

Het was een plezier om met je te schrijven, al hebben we het wel te vaak over borsten gehad. Daar moeten we in december echt op letten. Ik kreeg veel commentaar op de Tietendoos; op het bestormen van de barricaden met blote borsten, en op de denkbeeldige papegaai die in Brazilië een nestje in mijn decolleté had gebouwd. Als jij er ook niet over begint, dan kunnen we na de zomerstop misschien wat andere onderwerpen aansnijden. Er schijnt in de wereld nog meer aan de hand te zijn.

Komende maanden ga ik aan mijn nieuwe roman werken. Dat is niet omdat ik zo ambitieus ben, maar omdat schrijven een verslaving is geworden. Ik doe het al van jongs af aan en kan er niet meer mee stoppen. Soms raak ik in paniek als ik geen opschrijfboekje bij me heb. Het komt misschien voort uit de drang om alles vast te willen houden. Met het idee: als het zwart op wit staat blijft het altijd bestaan.

‘Wat moet je doen om schrijver te worden?’ wordt mij wel eens gevraagd. Ik antwoord dan dat je schrijven niet alleen leuk moet vinden, nee, je moet er met hart en ziel afhankelijk van zijn. Oftewel: je hele leven moet er in het teken van staan. Daarom ben ik zelf altijd een beetje bang voor vakanties. Kom ik daar wel toe aan mijn dagelijkse shotje?

Het kamperen in Polen is trouwens van de baan. Er zaten daar te veel wilde honden en de grote stok in de voortent zou waarschijnlijk niet voldoende bescherming bieden. En prela moet tijdens de vakantie natuurlijk ook een beetje kunnen ontspannen. We hebben nu in hetzelfde Poolse dorp een klein, vrijstaand huisje op het oog, aan de rand van het bos, met een grote walnootboom voor de deur. En binnen een tafeltje voor mijn laptop. Ik kan niet wachten om te vertrekken.

Liefs, Iris