Iris Koppe

auteur/journalist/schrijfcoach

iris.koppe@gmail.com
twitter

Filmpjes » Peter Terrin

Filmpjes » Charlotte Mutsaers

Filmpjes » Basisschool De Springbok

Filmpjes » “Afscheid van de Grenspost”

Vlak voordat ik wegrijd uit Hazeldonk loop ik nog een laatste rondje over het parkeerterrein. De berg afval is in een dag tijd behoorlijk gegroeid. ‘Nederland schoon’, lees ik op een prullenbak. Voor de afrit staat een sliert auto’s met aanhangwagens en caravans.                                                                                                

Aan de andere kant van de snelweg zie ik het Hotel Hazeldonk. Typisch zo’n plek waar je met een buitenechtelijke relatie afspreekt. Het doet me ook denken aan één van de buitenwijken van Charkov: zo’n Sovjetkolos waar je nog niet dood gevonden zou willen worden.                                                                                   

Voor veel vakantiegangers is Hazeldonk de laatste stop op Nederlandse bodem, een plek waar men graag komt om nog even te lunchen. En dit weet het personeel van de benzinepomp maar al te goed. Ze voelen zich zichtbaar een beetje verheven boven andere tankstations. Waar ze elders gewoon een normaal kraantje op het toilet hebben, heeft men in Hazeldonk een kleine waterval waaronder je je handen kunt wassen. Alsof je in een sjiek sushirestaurant bent aan de oostkust van Japan.

De toiletten zelf zijn behangen met foto’s van Zuid-Europa. Je waant je al snel aan de Italiaanse kust als je op de bril zit. Eigenlijk is Hazeldonk een vakantiebestemming op zich, er valt zoveel te zien. En ik kan het weten want ik heb er dagen lang gestaan. ’s Nachts kon ik bij een tante in de buurt logeren, in een schuur op haar erf. Al met al is langs de grens reizen best avontuurlijk. Een aanrader en een goed alternatief voor de zoveelste kampeervakantie in Frankrijk.

Terug bij de auto denk ik aan het roodwitte poesje dat ik hier een paar weken geleden vond. Voorbij de Mac Donald’s, achter de parkeerplaatsen voor vrachtwagens, lag zij in een struik te piepen. Oh nee, ze is vast door iemand achter gelaten die op vakantie ging! dacht ik. Uit medelijden pakte ik haar op en gaf haar wat van mijn koffie verkeerd. Nooit doen. Toen ik een half uur met het beestje op schoot zat raakte ze ontzettend aan de schijterij. Ik ging bij het toiletblok wc-papier halen – oftewel servetten, zoals dat in Hazeldonk heet – en maakte m’n broek schoon. Na een paar uur was het poesje weer beter en stopte ik haar in de zak van m’n capuchontrui. Het was ondertussen al gaan schemeren. Ik moest haar maar mee naar huis nemen, ik kon haar hier toch niet achterlaten? In gedachten richtte ik de woonkamer vast opnieuw in met een krabpaal en een kattenbak.

Ik besloot een stukje te wandelen en na tien minuten kwam ik bij een bosrand. Daar zag ik opeens een rode vlek tussen de bladeren. Het was de moederpoes met een heleboel kleintjes. Een zwerffamilie. Uit de zak van mijn capuchontrui hoorde ik hartverscheurend miauwen. Ik zette het poesje op de grond en zo werd ze herenigd met haar familie. Toch jammer. Ik had graag een vakantiesouvenirtje uit Hazeldonk meegenomen.

« alle filmpjes

Filmpjes » “Voor opa heb ik zuurstokken meegenomen”

“Opa heeft vroeger veel gevaren,” vertelt Alinda (26), “we hebben de plekken bezocht waar hij tijdens zijn reizen aan land is gegaan. En bij zijn oude stamkroegen zijn we wat gaan drinken.”                                                                                   

De familie is net terug van vakantie. Ze hebben een boottocht gemaakt langs de oostkust van Engeland. Opa kan ik ook meteen ontmoeten, want hij staat te wachten in de haven van IJmuiden. Met een ruime draai zet hij zijn auto langs de stoeprand en omhelst zijn kleinkinderen. Hij heeft tatoeages op z’n onderarm en lijkt op een echte zeeman. Meteen wil hij de bagage in de achterbak leggen, maar ik hou hem tegen. Eerst mag ik nog even kijken.                                               

Nel (49), dochter van ‘opa’, laat me parfum zien: Jump van het merk Joop. “Dit heb ik uit Engeland meegenomen,” zegt ze vrolijk. Haar man Jan (52) werkt in hun woonplaats Katwijk aan Zee als chef-monteur. Hij heeft een hengel in z’n koffer. “Ja, die binding met de zee zit blijkbaar toch in de familie. Maar ik heb niet veel gevist deze vakantie. Het kwam er niet echt van.”                                                            

Als ik dochter Laura (22), opticien in opleiding bij Pearl, vraag of ze ook een hengel bij zich heeft, schudt ze haar hoofd. “Nee, dit is een hockeystick! Een hele goeie, die ik in Whitby heb gekocht.”                                                                       

Opa is zichtbaar blij dat z’n familie weer terug is op het vasteland. Trots kijkt hij naar zijn kleindochters.

Alinda heeft een cadeautje voor hem meegenomen, een paar zuurstokken. “Die kon je in Engeland overal aan de boulevard kopen. En opa houdt daarvan.” Ze vertelt dat ze in Katwijk aan Zee in een carnavalswinkel werkt. “Ja, ik maak veel ballonnenbogen, ken je die?”                                                                                                

Ik antwoord dat ik niet zo in de carnavals-scene zit. “Het zijn een soort decoraties. Bijvoorbeeld bij feesten kunnen mensen onder zo’n ballonnenboog doorlopen. Verder maak ik ook carnavalskleding. We zitten nu al met drie man achter de naaimachine om alles voor februari af te hebben.”                                                

Ik ken niemand die dat doet. Nooit over nagedacht eigenlijk, dat er mensen zijn die zich in augustus al met het carnaval bezig houden.                                      

“Je moet even vertellen over je specialiteit,” zegt Nel en knijpt haar dochter in de arm. “Oh ja,” roept Alinda, “ik ben erg goed in het maken van boerenkielen. Die kostuums naai ik het liefst.”                                                                       

Er is komende tijd een hoop werk te doen in de feestwinkel, maar Alinda is blij dat ze tijdens de vakantie lekker is uitgerust. “We hebben heerlijk gewandeld, veel kloosters en kastelen gezien. ’s Avonds sliepen we in een hotel uit 1840, zo sprookjesachtig. En overdag hebben we steeds al die trappen bij de kust beklommen. Daar moet je conditie voor hebben!”

De maaltijden bestonden voornamelijk uit Fish&Chips. “Maar we hebben ook een keer lasagne gegeten, hoor,” zegt Laura. Vanavond eet de familie weer met z’n vijven. Met opa aan het hoofd van de tafel. “En misschien proberen we als toetje wel zo’n zuurstok,” glimlacht Alinda.

« alle filmpjes

Filmpjes » “We gingen naar de hoeren en naar Anne-Frank”

Langs de grens kom ik veel Engelsen, Fransen en Duitsers tegen die in Nederland op vakantie gaan. Natuurlijk ben ik telkens erg benieuwd naar hun bestemming en hoe ze over ons land denken. Zoals iedere Nederlander vind ik de mening van buitenlanders erg belangrijk. Dit zit in onze volksaard en heeft te maken met ons minderwaardigheidscomplex. Dat geeft niet, het komt gewoon omdat we een erg klein land zijn. Logisch. Neem zo’n turnoefening van Epke Zonderland met buitenlands commentaar. Dit gaat eigenlijk al niet meer over het turnen, maar puur over wat zo’n Engelsman er over te zeggen heeft. Terwijl je ook zou kunnen denken, wat doet dat er toe? Wij zijn toch sowieso al heel blij met Epke?

Toch trek ook ik me zo’n mening erg aan. Diep in m’n hart ben ik behoorlijk nationalistisch. Ik heb bij Hazeldonk een keer ruzie gemaakt met een Fransoos die alleen voor de wiet naar Amsterdam ging. Dat trek ik niet. Dan ga ik op heel overdreven, onderwijsachtige toon over onze musea beginnen.                        

Ergens in Brabant raak ik in gesprek met vier motorrijders uit Manchester. Ze hebben net een ‘heerlijk weekend’ gehad in de hoofdstad. “Zo fantastisch,” zegt Bruce, die zijn leeftijd geheim wil houden maar wel vertelt dat hij werkeloos is. En dat zijn leven dus eigenlijk altijd uit één grote vakantie bestaat. “Zaterdag zijn we overdag eerst naar Anne-Frank geweest. Dat was ontzettend indrukwekkend. ’s Avonds brachten we een bezoekje aan het Red Light District. Echt tophoeren daar zo. We hebben genoten.”                                               

Ik weet eigenlijk niet hoe ik nu moet reageren. Trots of juist gepikeerd? Ze zijn op zich niet alleen voor de dames gekomen, ze hebben zich ook verdiept in onze geschiedenis. Ik besluit om me trots te voelen.                                                           

’s Middags, terug in Amsterdam, kom ik de backpacker Sam tegen, uit Nieuw-Zeeland. Ook hij is naar het Achterhuis geweest. Verder wil hij nog naar zee, naar Scheveningen. Daar heeft hij mooie verhalen over gehoord. Hij is hier met een groep vrienden en ze logeren in een hostel aan de Oudezijds Voorburgwal. “Maar ik was hier vorige week ook al en heb toen bij familie gelogeerd in Rotterdam. Mijn Nieuw-Zeelandse tante woont daar en is getrouwd met een Nederlandse man.”

Als Sam zijn rugzak voor me openmaakt zie ik allereerst oordoppen. “Voor als m’n vrienden snurken.” Hij laat me verder een Lonely Planet van Europa zien en wat autodrop. De drop heeft hij van z’n oom Hugo meegekregen voor onderweg. “Ja, hierna ga ik nog verder door Europa trekken. Maar Nederland is toch wel het hoogtepunt van de reis.”

Ik zit mezelf nog net geen schouderklopjes te geven, maar het scheelt niet veel. “Ja fijn land hè?” glimlach ik. Ik wenk de ober voor nog een drankje. Met dit gezelschap in de zon aan de gracht blijf ik graag nog wat langer zitten.

« alle filmpjes

Filmpjes » “Alles beter dan dat geruzie achterin”

Ik vraag me altijd af of er zoiets bestaat als een kinder-conditie. Zelf heb ik nog geen kinderen en ik vind het altijd buitengewoon vermoeiend om langer dan enkele uren met andermans kroost door te brengen. Mijn kinder-conditie is dus vrij laag.                                                                                                                                   

Maar nooit eerder ben ik zo compleet uitgeput als na tien minuten in gesprek met Rik (46) en Atsje (37). Ze hebben drie kinderen, maar het lijken er negen. We staan binnen bij een benzinestation, ergens in Zeeland. Rik, die boven het gejengel uitroept dat hij in het dagelijks leven als elektromonteur op een booreiland werkt, probeert koffie uit een automaat te halen. De peuter Jesse (2) hangt rond zijn benen. Hij gooit een blikje Fristi over de grond en begint te huilen. Zijn zusjes Fleur (5) en Bente (6) zingen een liedje en bieden tegen elkaar op wie de mooiste jurk aanheeft. Ondertussen probeer ik via de moeder te weten te komen waar de reis naar toe gaat. Atsje, werkzaam in een ziekenhuis, kan helaas geen zin fatsoenlijk afmaken. Jesse heeft in één van de schappen van het koelvak alweer een nieuw blikje Fristi gevonden en rent ermee door de winkel.

Gelukkig heeft Rik nu even zijn handen vrij en legt me uit dat ze naar Valkenisse gaan, in Zeeland. Ze komen uit het Friese Workum. Lekker vakantie in eigen land dus. “Het is de bedoeling om te kamperen, naar het strand te wandelen en te genieten van het mooie weer. Misschien een bezoekje brengen aan Plopsaland of Neeltje Jans. Schijnt ook mooi te zijn.”

“Ja, Plopsaland!” juichen Fleur en Bente. Ze beginnen te dansen voor de ingang. Een bezoeker van het tankstation loopt haastig voorbij.                                               

Als ik de familie naar hun auto volg, krijg ik bijna een hartverzakking als de kinderen allemaal een andere kant op rennen, onder andere richting de snelweg. “Hier blijven!” schreeuwt Rik.                                                                                    

De auto heeft een aanhangwagen met fietsen erop. De kofferbak zit stampvol.

Ja hoor, natuurlijk, de po. Ik dacht al: die kan niet ver weg zijn. Verder zie ik knuffels, De Ruijter hagelslag en een driewieler. “Ik zal je laten zien waar mijn overhemden zitten,” lacht Rik. Hij pakt een heel klein roze koffertje van één van zijn dochters, gevuld met knuffeltjes. Op de achtergrond, in het gras, krijgt Jesse nog even een schone luier.

Tot mijn verrassing staat er onder al de troep in de achterbak ook nog een koelkast. Rik pakt er Becel, kaas en tomatenketchup uit. “Voor op de camping in Valkenisse.” Hij prakt een reddingsvest, “onmisbaar voor de kinderen”, tegen de koelkast en drukt de klep van de auto weer dicht. Het lukt net.                                              

Op de achterbank zie ik dat Fleur en Bente een tv-schermpje voor zich hebben. Het zit vast gemonteerd aan de achterkant van een hoofdsteun. “Ja, Atsje en ik kennen al die kinderseries nu wel uit ons hoofd,” zucht Rik. “Sommige hebben we onderweg al meer dan tien keer gehoord. Maar ja, alles is beter dan dat geruzie achterin.”

« alle filmpjes

Filmpjes » “Oei, de hele reis een vrouw achter het stuur”

Elk weekend komen er in IJmuiden groepen Engelse jongeren aan om te zuipen. Vaak gaan ze naar Amsterdam. “Soms struikelen ze al dronken van de boot af,” vertelt een buurtbewoner. Hij woont vlakbij de haven en gaat graag kijken naar de schepen die aanmeren. Gewoon uit interesse.                                                                       

Als ik aan de kant moet voor een aantal bussen die er langs moet, raak ik in gesprek met Herman (60) en Henk (53). Ze staan te wachten op hun vrouwen, die zo ook van de boot af komen. Ze hebben met z’n vieren een tiendaagse cruise gemaakt. “Ja, het was wel een groepsreis hè?” zegt Herman, die in het dagelijks leven ook met de zee te maken heeft want hij is visboer. “In totaal bestond die groep uit veertig man,” vult zijn vriend Henk aan. Hij werkt normaalgesproken als timmerman.                                                                                                            

Hun vrouwen, Elly (59) en Diny (51) komen aanlopen. Elly laat me een knuffeltje van ‘Nessie’ zien. “We zijn in Schotland geweest. Je had daar ontzettend veel souvenirs van ‘Nessie’, het liefkoosnaampje voor het monster van Loch Ness. Nee, we hebben het monster zelf niet gezien, haha, maar wel veel anderen dingen.”

De twee stelletjes kennen elkaar van een vorige groepsreis. Elly en Henk komen uit Wamel, vlakbij Tiel. Herman en Diny uit Dinxperlo. Tot mijn schaamte moeten ze deze laatste plaatsnaam drie keer voor mij spellen. Maar goed, dat heb je met Amsterdammers, die zijn gewoon een beetje wereldvreemd. En ik heb nog geen koffie gehad op deze vroege ochtend.

“Sliepen jullie met z’n vieren in één hut?” vraag ik. En stiekem hoop ik op een heel ingewikkelde vierhoeksverhouding, met scabreuze verhalen, intriges en onderhuidse jaloezie.                                                                                                

Maar zo’n liefdesrelatie is het helaas niet: de stellen hadden allebei een aparte hut.

Diny vertelt over de prachtige eilanden Mull en Iona. Zij werkt in de Achterhoek bij een witlofteler en heeft erg genoten van de vakantie. “We hebben veel wandelingen gemaakt door de Hooglanden en de Laaglanden, heerlijk de bossen in geweest. We hebben zelfs een doedelzakspeler gezien!”                                   

Herman onderbreekt haar. “Die wandelingen waren niet zo lang hoor, hoogstens twee en een half uur. We zijn trouwens ook nog bij de stad Oban geweest, inderdaad van de whisky!                                                                                               

Voor Elly, als beroep horecamedewerkster, was de reisleidster de absolute kers op de vakantietaart. “Zij wist alles over Schotland! Ze kon geweldig vertellen en kende een hoop Schotse liedjes. We hebben ontzettend veel gezongen in de bus. Ze heeft voor ons ook nog een cd met liedjes gebrand. En kijk, hier zijn de lyrics.”

Ze wappert met een blaadje waar met grote letters ‘Caledonia’ opstaat, de poëtische naam voor Schotland. “Deze reisleidster was ook onze chauffeuse van de bus als we het land op gingen. Ik weet nog dat we de eerste dag dachten: ‘Oei, de hele reis een vrouw achter het stuur. Zal dat wel goed gaan?’ Maar ze was echt fantastisch. Dankzij haar is onze vakantie helemaal geslaagd.”

« alle filmpjes

Filmpjes » “Een 20-pack Durex moet genoeg zijn”

Ik zag ze vrij weinig langs de grens: studenten. En ik had nou juist zo’n zin in een vieze chaotische tas van een eerstejaars. Zo iemand die voor vijfenzestig euro met de bus naar Kroatië gaat. Drie dagen onderweg, vier dagen in de snikhitte op een camping met een studieboek in de voortent – want bij terugkomst moet er direct een tentamen herkanst worden -, en dan weer drie dagen terug in de bus. Heerlijk ontspannen was het, tien dagen even helemaal weg.                                                

Bij Station Zuid-WTC in Amsterdam kom ik vier studenten tegen. Gaan ze met de trein? Nee, ze gaan met het vliegtuig, vanaf een Duitse luchthaven. Dat was het goedkoopst. Ze rijden er met de auto heen.                                                           

“Hoe laat vertrekt jullie vliegtuig?” vraag ik aan Shiva Jaggan (22), student economie. De vrienden vliegen op Malaga, waar ze zeven dagen zullen verblijven in een appartement met zwembad. Beetje chillen, uitgaan, bier drinken en zwemmen. “Ik weet eigenlijk niet hoe laat die vlucht precies gaat,” antwoordt Shiva, “nog niet echt mee bezig gehouden. Maar wel vandaag in ieder geval.”                        

De jongens hebben allemaal een grote koffer bij zich. In de verte komt Jan-Maarten van Schalkwijk (24) aanlopen. Er wordt hard gelachen. “Die gast is altijd te laat. En hij heeft ook maar een heel klein rugzakje bij zich.”

Jan-Maarten, die industrieel ontwerp studeert, begint zich te verdedigen. “Ik heb gewoon niet zoveel nodig.” Hij laat me zien wat er in zijn rugzak zit. Onder andere het boek van Thomas Mann, De Toverberg. “Als de andere liggen te tukken aan het zwembad, ga ik lezen,” zegt hij.                                                            

Meteen valt Patrick Sohier (22), student bedrijfseconomie, hem in de rede: “Hoezo? Je hebt toch je telefoon bij je?” vraagt hij, “Er is daar heus wel wifi.”           

In de rugzak van Jan-Maarten zie ik verder kleding en diarreeremmers. “Altijd handig. Je weet nooit.”

Saroj Jaggan (23), die de neef van Shiva blijkt, heeft ondertussen ook zijn koffer geopend. De student bedrijfseconomie laat een pot pindakaas zien. “Ben ik dol op. Neem ik altijd mee. En hier zijn wat anti vergiftigingspillen, voor als iemand ziek wordt. Haha, nee het is geen XTC.”                                                          

Patrick, die dus geen leesboek bij zich heeft, houdt zijn zwembroek omhoog. “Dit is het belangrijkste.” Maar hij heeft ook tabletten van de Etos bij zich, de ‘alles-in-1-multivitaminen’. Het is niet de bedoeling dat er iemand ziek wordt.

Als laatste kijk ik bij Hendrik van Waveren (24) in z’n reistas. Hij heeft al zijn bachelor bedrijfseconomie en kent de andere jongens via zijn studie. Hendrik is absoluut de hipste, met petje, blauw vest en rode broek. Hij heeft onder andere een voetbal bij zich. “Jammer, ik had je graag m’n Ajax shirts laten zien, maar die ben ik vergeten,” verontschuldigt hij zich. Ik graai wat door de bagage. Naast een zonnebrand factor dertig vind ik tussen de kleding een 20-pack Durex Condooms. Hendrik begint te lachen. “Ja, die gaan natuurlijk ook mee. Dat moet wel genoeg zijn voor zeven dagen!”

 

 

« alle filmpjes

Filmpjes » “We hebben twintig paar schoenen bij ons”

“Vier paar schoenen per persoon,” rekent Carla (50). “In totaal zijn dat twintig paar schoenen. Oftewel, veertig losse exemplaren.” We staan in het ochtendzonnetje bij de Felison Cruise Terminal in IJmuiden. “Voor negen dagen dus,” vervolgt ze.                                                                                                                       

Ik kijk in een rode plastic tas. “Is dat niet een beetje veel?” Het gezin heeft geen wereldreis achter de rug. Slechts een cruise van negen dagen. En eigenlijk verwacht je dan dat ze helemaal geen schoenen bij zich hebben, je hoeft in principe namelijk niet van het dek af.                                                                                   

“Ja, maar we hebben ze wel allemaal nodig gehad,” zegt Carla, die in het dagelijks leven bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg werkt. Uit de koffer worden plotseling een hele hoop gele tasjes getoverd. “Die hebben we in Engeland gekocht, toen we daar even aan wal gingen,” vertelt dochter Femke (20). “Ik wil ze gebruiken voor een act met een dansje. Ik heb namelijk een eigen dansschool.” Vriend Thijs (21) kijkt haar trots aan en legt zijn hand op haar schouder.

Het gezin komt uit Den Dungen. Nog nooit van gehoord, zeg ik. Vader Ton (53), werknemer bij de ambtelijke belastingdienst, begint te lachen. “Tuurlijk weet je waar dat is! Je kent toch wel Maaskantje? Van New Kids? Dat ligt daar vlakbij. Bij ons in de straat zijn de opnames gemaakt.”                                                           

“Dus jullie dorp wordt nu helemaal onder de voet gelopen door New Kids-groupies?” vraag ik. “Daarom zijn jullie deze boot op gevlucht.”                                               

Ton schudt zijn hoofd. “Nee hoor, met al die fans valt het wel mee. We zijn vrijwillig op cruisevakantie gegaan.”

“Vooral de shows aan boord waren te gek,” vertelt dochter Neeltje (18). “Er was dans, een illusionist en een act met een fietsje. We hebben ook veel in de lounge gezeten om te chillen.”                                                                                   

Werden jullie niet af en toe kotsmisselijk? Niemand zeeziek geweest?                       

“Ja, we hebben één hele onstuimige nacht gehad. Neeltje en ik waren behoorlijk misselijk,” herinnert Carla zich, “Het was bij de Golf van Biskaje, daar heb je een gigantische onderstroom.”                                                                                   

Neeltje ritst de tas met alle schoenen weer dicht, maar zo gemakkelijk komt ze niet van me af. Ik wil toch weten wanneer die veertig schoenen precies van pas kwamen.                                                                                                            

“Nou, er waren twee gala-avonden,” begint de achttienjarige op te sommen, “Een stel slippers voor bij het zwembad. Eén paar normale schoenen. En natuurlijk sneakers voor in de gym.”                                                                                   

“Ja, er was zo’n geweldige fitnessruimte,” onderbreekt Carla haar dochter. “Daarom had ik de hele tijd zin om te sporten. Prachtig, dan stond je op zo’n Zero-G Fitness-strider, en dan keek je uit over de hele oceaan. Overal waren namelijk ramen. Wat mij betreft was ik nog een week op die boot gebleven.”                       

Neeltje had wel weer zin om naar huis te gaan. Ze miste haar vriendje. “Femke had tenminste Thijs bij zich. Echt zo jammer dat die van mij er niet was. Maar ja, toen we boekten was het nog niet aan.”

« alle filmpjes

Filmpjes » “Ik heb een bijl in m’n kofferbak”

Op de één of andere manier wist ik, voordat ik aan deze zomerrubriek begon, dat er iemand een bijl in z’n kofferbak zou hebben. Ik wist alleen niet wat voor iemand. Misschien een enge Oostenrijkse opa ofzo. Het kon namelijk niet zo zijn dat ik alleen sjoelbakken en po’s voor bijna zindelijke kinderen zou aantreffen. Ik had hier zelfs met vrienden een wedje opstaan.

In de buurt van Oldenzaal tref ik dan eindelijk de bijl. Niet in de kofferbak van een Oostenrijkse opa, maar in de bagage van David (27), een Utrechter die filosofie studeerde. Hij is samen met Jet (28) en Wouter (31) op weg naar Polen, om daar in eigen beheer een film op te nemen. In het Tatragebergte bij Zakopane. Het drietal komt nogal suffig over. Als ik Jet vraag wat ze gestudeerd heeft, zegt ze: “Sorry, ik begrijp even helemaal niks van deze vraag. Ik ben net wakker.” En ze rent naar een toiletblok om wat water in haar gezicht te gooien. Wouter is nogal wantrouwig. “Mogen we even jouw perskaart zien? Hoe weten wij wie jij bent?”                                                                                                                                               

Het moet toch niet gekker worden, roep ik, alsof ik degene ben met een bijl in m’n achterbak! 

Het drietal heeft nog 1300 kilometer te gaan. Het is nu al een vermoeiende reis, want vannacht hebben ze slechts een paar uurtjes geslapen.           

“Die bijl zal trouwens ook in de film een rol gaan spelen,” vertelt David, die nog het meest helder overkomt. “Het is een traditioneel exemplaar uit Zakopane. De film zal over de geschiedenis van Polen gaan. Ook over de Nederlandse bevrijding. Wat was de rol van Polen daarin? Het is zo’n onderbelicht onderwerp. Maar we hebben nog een lange rit voor de boeg. Op een gegeven moment begon onze caravan vandaag te zwabberen. Er moest een nieuw wiel op.”

Wouter heeft het wiel vervangen, maar daarbij wel een metaalsplinter in z’n vinger gekregen. Jet probeert het ding er met een pincet uit te krijgen.           

Ondertussen laat David me de caravan zien. Ik kijk naar binnen en zie de grootste zooi die ik ooit heb gezien. Je kunt er zelfs niet in omdat er zoveel troep ligt. David lijkt het allemaal onder controle te hebben. “Ja, hier moeten we inderdaad vannacht slapen, maar dat komt wel goed. We gaan straks even opruimen.” Aan de horizon begint een rode zon al langzaam tussen de velden te zakken. Met een half oog kijk ik op m’n horloge. “Oh, het is pas tien voor negen. Tijd zat,” antwoord ik.                                                                                                           

Als ik terug naar m’n eigen auto loop ben ik zo blij dat ik vannacht niet in die caravan hoef te slapen. En vooral dat ik niet hoef te helpen met opruimen.                       

In de schemer, met de muziek keihard aan, scheur ik terug naar Amsterdam. Onderweg stop ik nog even om een smsje en een foto van de bijl aan m’n vrienden te sturen: “Jongens, storten maar, die vijftig euro. Ik heb de weddenschap gewonnen.”

            

« alle filmpjes

Filmpjes » “Ik vind Nederlanders vreselijk aardig”

Bij een benzinepomp, in de buurt van het Zeeuwse Burgh Haamstede, tref ik Hermine (51). Wat een tof wijf, denk ik meteen. Ze heeft paars gelakte nagels en praat plat Vlaams. Op haar hoofd staat een bijpassende paarse zonnebril.                       

Er zit een hond op de passagiersstoel die haar aankijkt alsof hij haar echtgenoot is. Hij lijkt mij ook nauwlettend in de gaten te houden als ik zijn baasje vraag om de kofferbak te openen.                                                                                   

Hermine komt uit Leuven en werkt bij de Dienst Verkeersbelasting in Vlaanderen. Ze rijdt zelf in een redelijk hippe wagen. Ik loop er een rondje omheen en bekijk de velgen. “Daar zou ik ook wel eens de grens mee over willen scheuren,” grap ik. Ondertussen voel ik de ogen van de hond in m’n rug.                       

“Ik ga altijd naar Zeeland op vakantie,” vertelt Hermine, “Daar zijn stranden waar niemand komt. Ik kan dan lekker de hond uitlaten, die mag hier namelijk gewoon los op het strand.”                                                                                   

Hallo, wil ik zeggen, bij ons een beetje de hond komen uitlaten. Ga je eigen strand vervuilen! Maar Hermine praat al weer verder. “De Belgische kust is helemaal volgebouwd. Neem een stad als Oostende. Daar kom ik echt niet graag. Ik hou van die Zeeuwse stilte.”                                                                                               

In mei is Hermine al een week naar Mexico geweest. Maar toen kon Droopy, zo blijkt de hond te heten, niet mee. “Ik vind het gewoon belangrijk dat Droopy erbij is. In Zeeland ken ik een leuk hotelletje voor 67 euro per nacht. Met zwembad en sauna. Huisdieren zijn er ook welkom. Maar zet de naam van dit hotel maar niet in de krant. Anders zit dadelijk heel Vlaanderen daar. Dat wil ik niet.”                                                                                                                                               

De kofferbak is klein en helemaal vol. De auto heeft geen achterbank. “Daarom zit Droopy ook naast me als ik aan het rijden ben. Eigenlijk heel gezellig. Hij kan alleen geen kaart lezen, haha.”                                                                       

Ze heeft onder andere een laptop in haar bagage, zodat ze af en toe eens kan mailen met haar zoon van zestien. “Via internet is hij het best te bereiken,” weet ze inmiddels uit ervaring.                                                                                               

We doen de kofferbak weer dicht. “Wilde uw zoon niet mee op vakantie?” begin ik. Hermine trekt een gezicht alsof ik een hele rare vraag heb gesteld. “Nee natuurlijk niet. Maar dat is normaal als je zestien bent, dan ga je niet met je moeder mee. Daarbij paste hij niet meer in de auto, want Droopy zit al voorin.”            

Als ik aan Hermine vraag of ze Nederlanders niet onaardig en bot vindt, wuift ze dat direct weg. “Nee, ik weet dat dit vooroordeel over jullie volk bestaat, maar ik ben het daar helemaal niet mee eens. Ik vind jullie juist vreselijk aardig. In Zeeland raak ik met iedereen aan de babbel. Dat gebeurt in België nou nooit.”

« alle filmpjes

Filmpjes » “Lekker een weekje tussen de koeien”

Het blijft een spannend moment: doen mensen hun kofferbak voor me open of niet? Het is bijna zoiets als de jongen die je leuk vindt voor het eerst naakt zien. In andermans spullen kijken is namelijk net zo intiem. Soms denk ik ‘waarom laat je mij dit in godsnaam allemaal zien?’ Of ik denk: ‘ik heb nu echt genoeg gezien, doe die klep maar weer dicht.’

Er is ook een verschil tussen mensen die hun achterbak gaan censureren en bijvoorbeeld snel een tentdoek over een deel van de bagage draperen. “Deze hobby van Paul is niet geschikt voor publiek” roept een vrouw dan lachend. Of ze zegt: “Ik vind het niet prettig als meteen m’n hele hebben en houwen in de krant staat. Ik leg de slaapzakken wel even voor de luiers en het maandverband.”            

Een stel dat mij schaamteloos alles laat zien zijn Wendy en Joren uit Vlaardingen. Ze gaan naar een boerderij in Duitsland, vlakbij Osnabrück. “Ik verheug me vooral op de buitenlucht,” zegt Wendy, die in het dagelijks leven op een kinderdagverblijf werkt. “Er zijn een hoop dieren op die boerderij. We gaan lekker tussen de koeien op het land zitten. En de boer een beetje helpen. Ja, wij zijn echte doe-mensen.”                                                                                                            

Joren, die bij de douane werkt, vult aan: “Het is trouwens maar voor een weekje, hoor. In september gaan we nog op zon-zee-strand vakantie.”                                   

Hij maakt zoon Thijs (3) wakker, die op de achterbank ligt te slapen. In de kofferbak liggen vooral zijn spullen. Veel speelgoed, zoals een loopfiets en een graafmachine. “Maar ook stroop en pannenkoeken zijn onmisbaar voor de kleine,” zegt Wendy. “Appels hebben we ook bij ons. En sowieso een tros bananen. Thijs is daar dol op.”

“In Duitsland hebben ze toch ook gewoon bananen?” vraag ik. “Het is toch geen Wit-Rusland ofzo? Waarom kopen jullie die niet in Osnabrück?”                                   

Wendy leunt tegen de auto aan. “Je weet het niet bij zo’n boerderij. Misschien zijn er wel geen winkels in de buurt. Dat kan je niet van tevoren voorspellen.”                                                                                                                                   

Mijn oog valt op een six-pack Freeway Cola. Het huismerk van supermarkt Lidl. Ik krijg meteen een vreselijke flashback naar één van die klassenfeestje waar alleen lauwe Freeway Cola werd geschonken. Stond je zelf al met je derde glaasje in de hand, was er altijd een jongetje dat zei: “Sorry, ik drink dat niet. Ik drink alleen de echte Coca Cola.”

Ik bedank Wendy en Joren voor hun openhartigheid. “Jullie kunnen de klep weer dicht doen.”    

Het koppel heeft een pechdag achter de rug. “We hebben onderweg panne gehad en zeker vier uur langs de vangrail gestaan. De dynamo van de auto was stuk. We hebben toen familie moeten bellen voor een andere wagen. Dat was een behoorlijk gedoe: alle bagage moest worden overgeheveld,” vertelt Joren.                       

“Gelukkig is het niet meer zo ver naar Duitsland,” antwoord ik, “jullie zijn al bij Oldenzaal. En mochten jullie onderweg weer pech krijgen, dan zit er in ieder geval genoeg te eten in de achterbak.”

« alle filmpjes

Filmpjes » “De bemanning vindt het fijn als je er mooi uitziet”

Nog steeds bij de Felison Cruise Terminal in IJmuiden raak ik in gesprek met Ben (78) en Dini (76). Ze zijn een minuut geleden met koffers en al afgezet door hun buren. Over een paar uur vertrekt de boot. Zoals wel vaker bij mensen op leeftijd zijn ze ruim op tijd. Oftewel, véél te vroeg. Maar daarom hebben ze wel tijd voor een praatje.

“Eigenlijk wonen we slechts vier maanden per jaar in Nederland. Voor de rest zitten we in Spanje. Oorspronkelijk komen we uit Almere,” vertelt Dini en met haar gelakte nagels glijdt ze door haar blonde haar. Ze is goedlachs en komt energiek over.

“Maar eigenlijk zijn jullie Amsterdammers,” raad ik. Dini kijkt me een beetje verbouwereerd aan. “Hoe weet jij dat?” Tsja, soms hoor ik dat soort dingen.                                                                                                                                    

Het gepensioneerde stel heeft een geschiedenis met boten. Ben werkte vroeger op de Holland-Amerika lijn. “Als ik langer dan een week de zee op moest, nam ik Dini mee. Het waren prachtige reizen, vol avontuur. Er was theater, muziek, dans. Iedereen hing aan de bar. Soms zat ook Prinses Margriet aan boord, zij is natuurlijk het petekind van de Nederlandse koopvaardij.”                                    

Dini heeft ook goede herinneringen aan die tijd. “Ik zat de mensen op het schip echt te vermaken, ik ben namelijk pianiste. Er waren destijds zeven vleugels aan boord. Na afloop zat ik urenlang met mensen te kletsen. Ik had het genre van Amsterdam, dat gezellige, weet je wel.”                                                           

De twee gaan een negendaagse cruise maken,  en zullen onder andere een bezoekje brengen aan Bilbao, in Spanje. “Zijn we in Nederland, gaan we wéér richting Spanje,” lacht Dini. “Maar weet je, Spanje is een heerlijk land. Vanwege de zon natuurlijk. En omdat het zo voordelig is. Je kunt daar voor negen euro uit eten, toch Ben? Inclusief wijn hè? Hier kost dat vierendertig euro.”                                   

Ben knikt. Ik vraag hem of het leven op zo’n cruiseschip erg veranderd is in vergelijking met vroeger. “Het schip schommelt niet meer!” roept hij. Zijn blauwe ogen beginnen te stralen. “Dat is een hele grote verandering.”                                   

Dini onderbreekt haar echtgenoot: “Ja, jij gaat het nu meteen weer hebben over de technische aspecten. Terwijl het meest opvallende is dat de oudere mensen op het dek zijn verdwenen. Er zijn nu zelfs kinderen van twee jaar oud aan boord! Het is een familie-uitje geworden. Dat was het vroeger niet.”                       

Wat nemen jullie zoal mee in je koffer? wil ik weten. Ben begint in zijn bagage te rommelen. Hij heeft zijn smoking bij zich. Dini vooral mooie avondkleding. “Het is wel de bedoeling dat je er een beetje goed uitziet op zo’n boot. Dat vindt de bemanning fijn. Kijk, hier is mijn galajurk.” Ze ritst een tas open. “Maar ik heb ook een badpak en een korte broek bij me, hoor. Ik loop niet de hele tijd in gala.”

« alle filmpjes

Filmpjes » “We zouden zo weer op vakantie kunnen”

Omdat ik zelf ondertussen ook begin te verlangen naar vakantie en de geur van zeewater, besluit ik naar een andere grensovergang te gaan. In IJmuiden vertrekken dagelijks ferry’s vol auto’s naar New Castle, dus daar kan ik misschien ook kofferbakken bekijken. Onderweg naar de haven eet ik een haring. Als ik weer achter het stuur zit merk ik dat ik een verkeerde afslag heb genomen. Ik ben namelijk aangekomen bij de Felison Cruise Terminal, waar een grote groep zongebruinde bejaarden naar buiten komt. Ze verdwijnen allemaal een bus in. Ik besluit toch even uit te stappen. “Komen jullie ook van dit schip af?” vraag ik aan twee niet-bejaarden op een bankje.                                                                       

“Jazeker,” zegt Hanneke (52) uit Deventer. Haar man Ruud (57) zit naast haar met een e-reader in z’n hand, op het hoesje staat een foto van het stel. Ze hebben vier kinderen die allemaal al het huis uit zijn.                                                            

“De afgelopen week hebben we met z’n tweeën een cruise gemaakt naar Engeland, Frankrijk en Spanje. ’s Nachts varen en ’s ochtends van de boot af om excursies te maken. Het was zo’n relaxte vakantie, want je komt op veel verschillende plekken zonder dat je je koffer hoeft uit te pakken.” Ruud glimlacht. “Het was heerlijk.” In het dagelijks leven werkt hij als applicatiebeheerder. Als ik zeg dat ik geen idee heb wat dat inhoudt, mengt Hanneke zich in het gesprek. “Dat is ook ingewikkeld. Het is zoiets als een ICT-er.” Ik knik, maar dan weet ik het eigenlijk nog niet. ICT’er is zo’n woord dat ik nodig eens moet googlen.                                                                                               

Hanneke zelf is gastouder. “Wij zijn een crisispleeggezin,” vertelt Ruud, “voor kinderen die acuut uit hun thuissituatie weg moeten. We hebben nogal een heftige tijd achter de rug. Vandaar dat we echt toe waren aan een ontspannen vakantie.”                                                                                                                      

“Maar daar hoeven we het nu niet per se over te hebben,” onderbreekt zijn vrouw hem.                                                                                                                        

Ik antwoord dat het me pittig lijkt: zit je ’s avonds op de bank tv te kijken, worden er opeens kinderen bij je bezorgd.                                                                                   

“Dat is juist heel mooi!” zegt Hanneke verontwaardigd. “Dat je die dan kunt opvangen. Maar goed, het hoogtepunt van de vakantie was dus Stonehenge. Zo geweldig! En zo’n cruise is ideaal om even met z’n tweeën weg te zijn.”                       

Ik zeg dat ik het helemaal begrijp. “Maar word je af en toe niet gek van elkaar in zo’n hut op een boot? Ik bedoel, je kunt er ook niet zomaar af.”                         

Hanneke begint te lachen. “Wat een brutale vraag! Nee hoor, we zijn al dertig jaar getrouwd en we hebben het juist heel erg fijn.” Ruud vult aan: “We zouden zelfs meteen nog een keer op vakantie kunnen.”                                                           

Achter ons stopt een auto. Zoon Daan (22) is gearriveerd. Liefdevol omhelst hij zijn ouders. “Wilde jij niet mee op vakantie?” vraag ik.                                    

“Hij mocht niet mee!” roept Hanneke. “Ik wilde niet mee,” bromt Daan. “Maar ik vind het wel leuk om ze op te halen.” En met een grote armzwaai legt hij de koffers in de achterbak.

« alle filmpjes

Filmpjes » “Op de fiets naar Zweden”

Lukas van Diermen (20) en zijn broer Rinke van Diermen (26) zoeken een plek in het gras om te lunchen voor ze de grens oversteken naar Bad Bentheim. Ze zijn op de fiets, en met de auto rij ik achter ze aan. Even ben ik ze kwijt, maar dan duiken ze in de verte weer op, aan het eind van een heideveldje, bij een dennenbos. Hun reis gaat naar Järna, een plaatsje onder Stockholm.                                    

“We gaan daar een jeugdkamp organiseren,” vertelt Rinke. Meteen ben ik gefascineerd door zijn enorme bos krullen. “Om daar per fiets heen te gaan hebben we zelf bedacht. We hadden wel zin in wat avontuur.”                                               

Zijn broer stalt het eten uit en snijdt het stokbrood in stukken. Op het veld naast ons slaat een bruin paard met z’n staart de vliegen van zich af. “Het kamp begint over een paar weken, dus we moeten wel een beetje doorfietsen. Maar we hebben niet uitgerekend hoeveel kilometer per dag we moeten afleggen. Anders is een dag straks succesvol of mislukt. Dat willen we niet.”                                               

Lukas geeft me een perzik en een glas sinaasappelsap. “In Järna staan we straks elke ochtend om zes uur op om pap te koken voor de deelnemers. Dan gaat iedereen een uurtje zingen, en daarna zijn er workshops, bijvoorbeeld theater of filosofie. ’s Avonds maken we een kampvuur. Na een paar dagen lijkt het alsof je elkaar al jaren kent.”

Het jeugdkamp is deels georganiseerd vanuit de Christelijke gemeenschap, gestoeld op de antroposofische kerk. “Daar zijn wij gedoopt,” zegt Rinke, “Tijdens het kamp is er een aantal regels: respect voor jezelf, voor elkaar, voor de aardse omgeving en voor het geestelijke.”                                               

“Het klinkt zwaar, maar dat is het niet,” verduidelijkt Lukas, “Je moet gewoon geen harde muziek draaien. En het is ook niet de bedoeling dat je de hele tijd loopt te bellen of te Facebooken.”                                                                                    

Ik zeg dat het me heerlijk lijkt, een paar weken geen digitaal contact. “Daar verheug ik me ook op,” zegt Rinke “Maar ik heb nu vooral zin om door Denemarken te fietsen. Ik kijk graag Deense series en hou van de taal.” Zijn broer kijkt bedenkelijk. “Ik ben er geloof ik nooit geweest. Oh ja, wel! Toen ik vijf was ben ik in Kopenhagen keihard op m’n hoofd gevallen, dus daarom herinner ik me er natuurlijk niets meer van.”                                                                                   

De broers schelen zes en een half jaar. “Door het leeftijdsverschil zijn we nooit echt met elkaar opgetrokken,” vertelt Rinke, “Maar ik ben een beetje blijven hangen en Lukas is opeens enorm volwassen geworden. Dus nu hebben we elkaar weer gevonden. Het is onze eerste fietstocht samen.”                                   

“Zijn jullie niet bang voor spanningen onderweg?” wil ik weten. Rinke begint te lachen. “Nee hoor, zonder mij verdwaalt hij toch meteen.”                                   

Als ik de bagage achterop de fiets wil bekijken, haalt Rinke een oude brander te voorschijn. “Het is een Zweeds model, van Russische makelij. Een Sovjetmodel. Ik heb hem via Marktplaats gekocht, van iemand die in het leger heeft gezeten. Met een klein scheutje benzine brandt hij fantastisch.”


 

« alle filmpjes

Filmpjes » “Drie weken op de boot naar Zuid-Afrika”

Op een bankje, vlakbij de picknickplaats in Hazeldonk, raak ik in gesprek met twee goedlachse dames. Ze zijn een beetje moe, verontschuldigen ze zich, want ze hebben elf uur in het vliegtuig gezeten. Daarna meteen op Schiphol een auto gehuurd en nu zijn ze onderweg naar het zuiden.                                                             

“We rijden naar Antwerpen, waar we twee nachten in een omgebouwd klooster slapen en vervolgens door naar Rouen. We hebben een hotel aan het plein waar in 1431 Jean d’Arc levend verbrand is. Een historische plek dus. Dan rijden we terug en gaan we nog een beetje vakantie vieren in Nederland.”                       

De oudste van de twee, Jantje Vogel (85), is geboren in Ter Apel. Haar ouders waren kippenboeren in Groningen. “Ik was verloofd met iemand in Zutphen, maar die ging emigreren naar Zuid-Afrika. In 1954 ben ik op het schip gestapt en hem gevolgd. Ik zat drie weken op die boot. Ik zal nooit de heerlijke geur van het zoute water vergeten. Daar, aan de andere kant van de wereld, hebben we een gezin gesticht. Met de kinderen spreek ik Nederlands. Maar op school hebben ze ook Engels, Afrikaans en Xhosa, een soort kliktaal, geleerd.”                       

Haar dochter, Jacqueline Liebenberg (52), begint te lachen. “Waar klagen we eigenlijk over als we elf uur in het vliegtuig hebben gezeten? Stel je voor dat je weer drie weken op die boot moest!”                                                                                   

Moeder en dochter wonen in Stellenbosch. “De mooiste stad van Zuid-Afrika,” glundert Jacqueline. “Maar ik ben ook graag in Nederland. Dat is natuurlijk het land van mijn ouders.”                                                                                   

De man van Jantje is vier jaar geleden overleden. “Hij heette Jan. Samen waren ze Jan & Jantje. Klinkt mooi hè?” zegt Jacqueline, “Nu reizen mijn moeder en ik vaak samen. Kan ik ook een beetje op haar passen. Want soms valt ze op het trottoir omdat ze niet oplet en in de etalage van een winkel loopt te gluren.”                       

Ze geeft haar moeder een knipoog. “Weet je dat ik al zeker 47 keer naar Nederland ben gevlogen?” zegt Jantje. “De eerste tien jaar ben ik nooit teruggeweest. Maar mijn zoon woont nu hier met zijn drie kinderen. Dan kom ik gezellig logeren.”                                                                                                                       

“En een braai maken, hè mam,” vult Jacqueline aan, “een barbecue.”           

“Ja, want als ik in Nederland ben is het altijd mooi weer,” antwoordt Jantje. Ik kan haar geen ongelijk geven want we zitten inderdaad in het zonnetje.                       

“Weet je wat leuk was,” herinnert Jacqueline zich, “Het WK in 2010. Kaapstad was helemaal oranje. Wat een sfeer brachten die Nederlanders. Haha, geweldig, wij zaten toen ook in het oranje voor de tv. Met tompouchen. Die hebben wij ook in Zuid-Afrika, al zijn ze niet zo lekker als hier.”                                               

Als we richting de huurauto lopen vraag ik of ik nog even in hun kofferbak mag kijken. Die blijkt erg sober. “Er zit nog niks in!” roept Jantje, “we komen met een vrijwel lege koffer want in Nederland gaan we shoppen. Dus op de terugweg zit-ie vol, dan mag je nog eens kijken.” 

« alle filmpjes

Filmpjes » “Het paste er allemaal net in”

Ik sta nu vier dagen bij de grens en er is één ding dat me opvalt. Tijdens de reis is de Nederlandse vrouw de baas. Als ik namelijk aan een stel vraag om hun kofferbak voor me te openen dan is de vrouw degene die de klep van de achterbak open doet. Zij weet precies waar alles ligt en hoe de bagage is ingepakt. Eén vrouw vertelde me: “Ik pak alle spullen van mijn man in voor de vakantie. Als hij dat zelf doet, vergeet hij sowieso de helft. Ik vind het normaal. Mijn vriendinnen pakken ook allemaal de tas van hun man in.”                                   

Ben ik een hele andere generatie? dacht ik. Ligt het aan het milieu waaruit je komt? Of is het verschil tussen stad en platteland? In mijn omgeving pakt namelijk geen enkele vrouw de tas van haar man in. Je moet het niet in je hoofd halen om aan zijn koffer te komen.                                                                                   

Nog maar eens een steekproef in Hazeldonk. Ik kom Aart (34) en Giselinde (30) tegen uit Spakenburg. Dochter Pippa (4) ligt op de achterbank in een diepe slaap. Ze wordt zelfs niet wakker als ik haar deur open doe en wat foto’s maak. Naast haar ligt een gigantische hoop spullen: wc-rollen, losse tasjes, toiletaccessoires . “Het ging er allemaal net in,” glimlacht Giselinde. Ze werkt als jurist in Utrecht. Haar man is schilder. Ze gaan drie weken kamperen aan de Cote d’Azur.                                                                                                                                   

Mag ik nog even in de achterbak kijken? vraag ik en let goed op wie er nu de kapitein op het schip blijkt te zijn. “Natuurlijk,” zegt Giselinde, “Ik zal je precies laten zien waar alles ligt.”                                                                                               

Aha, denk ik. En in m’n ooghoek zie ik hoe Aart een beetje op een afstandje gaat staan. Blijkbaar is dit het territorium van Giselinde. Ik herken een elektrische vliegenvanger, een verlengsnoer dat al menige verbouwing heeft meegemaakt en een pakje Oosterse Wraps. Het familiegerecht van Honig: blijkbaar onmisbaar op vakantie. Het valt me op dat de gastank naast de verbanddoos ligt. Is dat niet gevaarlijk zo’n losse gastank, wil ik nog vragen, maar Giselinde begint over de rit. “We rijden niet in één keer door naar Frankrijk. Veel te ver. Vannacht slapen we ergens onderweg.”                                               

In een Formule 1 Hotel?                                                                                    

“Nee zeg,” antwoordt Giselinde en ze probeert de achterklep weer dicht te krijgen. “Gewoon een hotel met een eigen wc. Het mag wel een beetje luxe.” Aart kijkt nog steeds vanaf een afstandje toe.                                                                       

“Wat hebben jullie nou vooral niet bij je deze vakantie?” wil ik nog weten.           

“De iPad mocht echt niet mee,” zegt Giselinde, “Anders zitten we weer de hele tijd onze mail te checken. Dat is niet de bedoeling.”                                                

Vanuit de auto horen we opeens een klein stemmetje. Pippa is wakker. Ze rekt zich uit en kijkt over de wc-rollen heen. Waarschijnlijk vraagt ze zich af waarom ze nu al zolang stilstaan. 

« alle filmpjes