Biografie

Geboren op 15 januari 1985 te Amsterdam. Als kind van babyboomers die ooit het Maagdenhuis bezetten en twee jaar op blote voeten door de stad hebben gelopen. Een geweldige tijd, die jaren zestig.

Als kind wilde ik het betaald voetbal in. Bij Ajax spelen en daarna in het Nederlands elftal. Toen dit niet lukte besloot ik schrijver te worden. In m’n pubertijd schreef ik elke maand een dagboek vol. Op m’n negentiende stuurde ik een verhaal in voor een wedstrijd en won ik de BNG Jongeschrijversprijs uit handen van Annemarie Jorritsma.

Hierna ging ik werken voor de online-jongerensite SPUNK van NRC Handelsblad. In de herfst van 2005 stapte ik over naar de papieren krant en werd ik vaste columniste bij NRC Handelsblad. Een jaar lang schreef ik elke zaterdag over Rosiri, een meisje in conflict met haar ouders. De Bezige Bij gaf het verhaal in 2007 uit in boekvorm. Regisseuse Paula van der Oest kocht de filmrechten. Samen werkten we aan het scenario, maar helaas strandde de verfilming op de financiering.

Tussen 2003 – 2010 studeerde ik politicologie en Russisch aan de Universiteit van Amsterdam. Mijn aandacht ging vooral uit naar crisisgebieden, vergeten wereldleiders en onbekende Russische dichters.

April 2011 verscheen mijn tweede roman bij de Bezige Bij ‘De man met de schaar‘. Een boek over een vriendschap die pijnlijk ten onder gaat. Op de achtergrond sluimert de opkomst van een knettergekke politicus die tegen elke vorm van vooruitgang is.

Na deze roman werd ik correspondent van Stadsdeel Centrum voor het Parool, schreef ik af en toe iets voor Hard Gras, Hollands Diep of NRC Handelsblad (over Bob Dylan). Soms deed ik wat voor radio of tv. Eens per maand maakte ik zelf een filmpje voor Literatuurplein, vaak van een schrijver. In september 2011 werd ik vaste columniste voor het Algemeen Dagblad. Ik moest wel even een drempel over om als Amsterdammer voor een Rotterdamse krant te gaan werken. In een briefwisseling met Hugo Borst schreef ik drie jaar lang twee keer per week, op de woensdag en de vrijdag.

In mei en juni 2012 was ik als EK-vrouw voor het AD in Oekraïne. Helaas kon ook ik onze oranje jongens niet redden van hun roemloze ondergang. Wel bracht ik een bezoekje aan het bewaakte ziekenhuis van Julia Timosjenko, logeerde ik bij Oekraïense omaatjes, schoot ik met een Kalasjnikov en werd ik vergiftigd met LSD in een nachtclub. Gelukkig kwam ik heelhuids terug in Nederland waar ik als zomerbaantje voor het AD langs de grens mocht gaan staan. Ik maakte achttien portretten van Nederlanders die op vakantie gingen en ik nam een kijkje in hun kofferbak. Alle afleveringen kun je lezen onder het kopje ‘Grenspost Koppe‘.

Eenmaal thuis begon ik – naast mijn tweewekelijkse kroniek met Hugo Borst – ook weer fictie te schrijven. Het veertigjarige personage Vero werd geboren en ik begon een feuilleton op de pagina VROUW van het Algemeen Dagblad (een half jaar lang, iedere maandag). Vero’s leven bestond voornamelijk uit ruzie maken met haar man, de tarwegrasperser schoonmaken en zich zorgen maken over het snapchat-gedrag van haar jongste dochter.

In de tussentijd kwam Oekraïne weer steeds vaker in het nieuws. Het rommelde in de provincie Donetsk, op de Maidan brak een revolutie uit, Janoekovitsj sloeg op de vlucht en tot mijn grote verbijstering werd de Krim geannexeerd. De beoogde roman die ik wilde schrijven – een fictieboek over Oekraïne – kon direct de prullenbak in. Oekraïne was geen land om fictie over te schrijven, begreep ik.

In augustus 2014 interviewde ik voor het blad Life After Football de Oekraïense voetballer Evgeniy Levchenko. Het bleek het juiste gesprek op het juiste moment. Levchenko, die zojuist zijn voetbal carrière beëindigd had, kwam uit de Donetsk en was erg begaan met de oorlog in zijn geboortestreek. Als zoon van een Russische vader en een Oekraïense moeder kon hij mij van binnenuit over het conflict vertellen. Daarnaast had hij zeer veel boeiends te melden over zijn jeugd in de Sovjet-Unie, de sportinternaten waar hij verbleef tijdens de chaotische jaren van vlak na de val van de Muur en zijn vlucht naar het vrije Westen op zeventienjarige leeftijd. Ik besloot zijn levensverhaal op te tekenen. In juni 2015 bezochten we samen Oekraïne; een emotioneel bezoek omdat de stad waar Levchenko’s ouders hadden gewoond nu in handen was van het Oekraïense leger en het dorp waar zijn opa en oma vandaan kwamen bezet was door pro-Russische separatisten.

Een jaar lang schreef ik fulltime aan deze biografie. Het boek verscheen op 22 oktober 2015 bij uitgeverij Thomas Rap en kreeg de titel Lev.

Hierna ging ik aan de slag bij de Volkskrant, op de redactie Verslaggeverij. Ik schreef ‘korte afstand’ stukken over van alles en nog wat: van zwevende kiezers tot stijgend grondwater. In het najaar van 2016 kwam er opnieuw een voetballer in mijn leven, dit keer een vrouw: Daphne Koster. Haar leven weerspiegelde een groot deel van de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal in Nederland. Wat me opviel was hoeveel weerstand zij had gevoeld om als vrouw in een door mannen gedomineerde voetbalwereld de top te bereiken. Ik besloot haar bio te schrijven. Het boek verscheen 5 juli 2017 bij Uitgeverij Overamstel.